Voorlopig bewind

Voorlopig bewind betekent dat een persoon niet meer zelf zijn eigen inkomen en uitgaven mag beheren. Vaak gaat het om zieke of oude personen, mensen met psychologische problemen... Maar het kan ook bijvoorbeeld bij mensen met een zware koopverslaving of bij alcoholisme en drugsverslaving. De rechter bekijkt het geval per geval of voorlopig bewind echt wel nodig is.

Het voordeel van voorlopig bewind is dat de persoon die onder voorlopig bewind is geplaatst, beschermd is: hij of zij mag geen onverantwoorde uitgaven meer doen. Ook contracten afsluiten (bijvoorbeeld voor een krediet) mag niet zonder toestemming. Als dat wel gebeurt, is het contract in principe nietig.

Voorlopig bewind kan je voor iemand aanvragen bij de vrederechter. Je kan ook voor jezelf voorlopig bewind aanvragen als je dat nodig vindt. Ook het parket (de procureur des Konings) kan het aanvragen. De aanvraag moet gebeuren met een verzoekschrift waar een medisch attest van een dokter bijgevoegd is. Dat attest beschrijft de gezondheidstoestand van de persoon voor wie er een voorlopig bewind wordt aangevraagd.

Als de vrederechter akkoord gaat met de aanvraag, stelt hij een voorlopige bewindvoerder aan. Dit is meestal een familielid of een advocaat. Hij of zij zal dan het geld beheren van de persoon die onder het voorlopig bewind staat. De rechter kan over de taken van de bewindvoerder nog meer precieze details vastleggen.

Let wel: de voorlopige bewindvoerder beheert enkel het geld, hij kan niet beslissen dat de persoon die onder voorlopig bewind staat naar bijvoorbeeld een instelling, een rusthuis... moet. De voorlopige bewindvoerder kan ook niet zomaar het huis en de eigendommen verkopen, hij moet daar eerst een toestemming van de vrederechter voor hebben.

De vrederechter kan een voorlopig bewind beëindigen wanneer het niet meer nodig is. Bij problemen kan de rechter de voorlopige bewindvoerder vervangen door een andere.

Budgetplanner

Stel zelf je budget op met de Budgetplanner.